Kinderen betrekken bij een uitvaart

Het liefst willen we als ouders onze kinderen beschermen tegen alle verdriet. Helaas is dit niet mogelijk. Kinderen worden vroeg of laat geconfronteerd met het overlijden van een dierbare. Het kan hierbij gaan om opa of oma, ouders van vriendjes, vriendjes, maar ook een huisdier kan veel verdriet geven. Hieronder geeft UitvaartzorgDeventer enkele tips om je kind goed te begeleiden rond een afscheid. Heeft u andere vragen over het begeleiden van kinderen bij een uitvaart, dan kunt u altijd contact met ons opnemen.
 
Iedere kind gaat anders met verdriet om. Maar ook de leeftijd van het kind heeft invloed op de manier van rouwverwerking. Ieder kind is uniek, maar hieronder geeft UitvaartzorgDeventer een leidraad van de verschillende manieren van rouwverwerking passend bij de leeftijd:
–    Tot twee jaar
     De kinderen voelen sfeer en emotie aan. Stabiliteit en een vast ritme in de dagelijkse dingen                    is belangrijk. Voor een overledene kennen ze geen angst.
–    Tussen 2 en 5 jaar
     De dood wordt vaak gezien als iets tijdelijks. Kinderen hebben het nodig om hun gedachten        en gevoelens te uiten in spel. Soms zie je een terugval in hun ontwikkeling.
–    Tussen 6 en 9 jaar
     Deze groep heeft al een beter begrip van de dood, al is dat nogal eens gekleurd door televisie     of computerspelletjes. Vaak wordt de dood ervaren als een persoon.
     Kinderen van deze leeftijd weten over het algemeen nog niet goed hoe ze met hun gevoelens     om moeten gaan. Een veilige situatie scheppen is essentieel.
     Kinderen van deze leeftijd zijn kwetsbaar, omdat ze wel de mogelijkheid hebben om de dood      rationeel te begrijpen maar nog niet in staat zijn om met alle informatie om te gaan.
–    Tussen 9 en 12 jaar
     Kinderen van deze leeftijd zijn vaak geïnteresseerd in de ‘technische’ kant van de gebeurtenis. Ze hebben veel vragen over de dood. Ze kunnen zich enerzijds al meer uiten en met hun emoties omgaan, anderzijds leren zij ook al om die gevoelens te verstoppen.
     Voor deze kinderen kan het prettig zijn om vrijuit met iemand te praten die wat verder weg staat. Ze willen degene die dichtbij staat niet nog meer verdriet aandoen.
–    Ouder dan 12 jaar
     Pubers willen vooral ‘gewoon’ zijn en niet anders omdat er in hun gezin iemand is overleden.
     Communicatie is niet altijd makkelijk. Een lotgenoot van dezelfde leeftijd kan een grote rol spelen bij het verwerken.
     Pubers hebben het al zwaar in hun ontwikkeling naar zelfstandigheid en het zoeken naar hun
     eigen weg. Wanneer zij geconfronteerd worden met de dood kan dat veel eenzaamheid
     geven. Vaak sluiten ze zich af en rouwen op hun eigen wijze, of pas veel later.

 
De fantasie van een kind is vaak erger dan de werkelijkheid. Vertel kinderen de waarheid, ook als het om zelfdoding gaat. Doe dit in de taal die past bij de leeftijd van het kind. 

Noem doodgaan liever niet “gaan slapen en niet meer wakker worden”. Vooral kleine kinderen kunnen dan angst krijgen om te gaan slapen. Benoem de dood zoals het is, je zou kunnen denken aan: het hart is gestopt met kloppen, het lichaam voelt daardoor koud aan, de kleur is anders en hij/zij beweegt niet meer. 

Gebruik liever geen woorden als “heengaan” of “weggaan” bij kleine kinderen. Dit is verwarrend voor ze. Weggaan is iets wat je zelf ook doet als je bijvoorbeeld naar je werk gaat. 

Kinderen krijgen vaak meer mee dan je denkt. Zelfs hele kleine kinderen voelen haarfijn aan dat er iets anders is. Verdriet hoeft niet verborgen te zijn. Vertel kinderen waarom je verdrietig of boos bent. En laat kinderen weten dat zij ook verdrietig mogen zijn, ze hoeven zich niet “groot” te houden voor papa of mama. 

Kinderen hebben vaak een grote behoefte om betrokken te zijn bij de uitvaart. Geef ze de ruimte en maak het niet eng voor ze. Als je het elf eng vindt om iemand te zien die is overleden, breng je deze angst over op kinderen. Vraag dan iemand anders om met je kind naar de overledene te gaan kijken. Het liefst is dit iemand die vertrouwd is met je kind, maar ook de uitvaartbegeleider kan hierin een mooie rol spelen. Vertel wel duidelijk van tevoren aan je kind dat de overledene er anders uitziet en anders aanvoelt.

Verplicht kinderen echter niet. Ze geven zelf heel goed aan wat ze aankunnen en wat niet. 

UitvaartzorgDeventer vind het belangrijk om kinderen bij het afscheid te betrekken. We hebben (voorlees)boekjes voor kinderen om ze aan de hand van een verhaal duidelijk te maken wat afscheid nemen is, deze kunnen van ons geleend worden.

Ook geven we in de periode rond het afscheid handvatten om kinderen op hun manier afscheid te laten nemen, denk hierbij aan het maken van een tekening voor de overledene,  kleuren van een kaarsje of zakdoek en het invullen van een werkboekje over verdriet en verlies.  

Lukt het jezelf niet om goed voor je kind (eren) te zorgen in de immense periode van verdriet, schroom dan niet om hulp te vragen. Het is beter voor je kind dat iemand anders tijdelijk voor ze zorgt, dan dat ze genegeerd worden. Spreek dit ook af met je kind als de leeftijd dat toelaat. “Papa of mama moet nu wat regelen, maar vanmiddag kan ik er weer voor je zijn”. 

Bereid de uitvaart met kinderen voor. Vertel ze wat er gaat gebeuren. Het is vaak ook mogelijk om met de kinderen te kijken in het crematorium of op de begraafplaats. UitvaartzorgDeventer maakt dan een afspraak en gaat met u en de kinderen mee om jullie uit te leggen hoe de uitvaart zal gaan. 

Vertel kinderen in hun taal wat cremeren of begraven betekent. Bij cremeren zou je kunnen vertellen dat het lichaam verbrand wordt. Dit voelt de overledene niet meer omdat hij of zij dood is. Na het cremeren blijft er as over, dit lijkt een beetje op zand.

Begraven kun je omschrijven als een gat in de aarde waar de overledene ingaat, dit gat wordt opgevuld met zand. Als je dood bent, merk je hier niets meer van. Het is een speciaal kamertje onder de grond voor overleden mensen. Je kunt later naar deze plek teruggaan met bloemen of kleine cadeautjes om de overledene te laten weten dat je aan hem of haar denkt. 

Laat grotere kinderen eerst zelf nadenken over hoe ze de dood zien. Vul niets voor ze in. Als ze vragen waar opa of oma nu is, zou je de vraag terug kunnen stellen hoe ze daar zelf over denken. Op deze manier kun je een heel open gesprek met kinderen krijgen over de dood. Je geeft ze de ruimte zelf na te denken over hun verdriet en hun zienswijze op de dood.

En het laat jou als ouder zien hoe je kind de dood ziet, of ze het eng vinden of juist niet. Waar nodig kun je hierin bijsturen als ouder. 

Licht de crèche of leraren op school in als iemand is overleden. Kinderen kunnen ineens ander gedrag vertonen en leraren kunnen hierdoor beter reageren. Op deze manier kan het kind ook meer ruimte voelen om het op school te bespreken.
Bij kinderen kunnen de eerste reacties soms pas na weken of maanden optreden. Het rouwen wordt vooruitgeschoven totdat er weer veiligheid en rust is. 
 

Delen: